Tussen schrijvers kan het over iets heel kleins gaan. Een leesteken maakt hen dikwijls blij als een kind. De puntkomma spant daarbij de kroon: tranen, in gedeelde stilte geweend. De fragiliteit van het stukje taal na de puntkomma. Hij hoort niet bij de zin, het leesteken sluit het uit. Het is helaas te zwak om op eigen benen te staan. Opgetogenheid in de eerstvolgende volzin is als zout in de wonde. De puntkomma maakt taal ijl. Wat lijkt, is toch niet. Schoonheid is onschatbaar.