In verband met het aanstaande EK voetbal schrijft de Volkskrant dat ‘Polen op een slappe koord danst’. Ik bedenkt opeens dat het ook het Nederlands van een Pool in Nederland kan zijn, maar wat ik wilde zeggen is dat ‘een slappe koord’ koord slechts grammaticaal niet deugt. Qua woordbeeld deugt ‘een slap koord’ eigenlijk nog minder.
03/05/2012
01/03/2012
Ballet
The Covent Garden, Elite Syncopations. Heerlijk, heerlijk, ontwapend en ontwapenend, ondeugend, geweldig, ontroerend, lief, fantastisch, charmant, knap, zacht, licht, vlinderachtig, zorgeloos, wit, zilver, hemelsblauw, traantjes, hupjes, glanzend, druppeltjes, huppelend, heerlijk, heerlijk, heerlijk. Een poppentheater in kinderkleuren. Roaring Twenties, zonder gebrul, maar twinkelend en giechelig.
03/02/2012
Drama
Groot als meeuwen vallen de vlokken uit de hemel. Op de grond kleurt de sneeuw dieprood.
Sneeuw/Vuilniswagen
Buiten sneeuwt het. Alleen aan zijn zwaailichten herken ik de vuilniswagen.
02/02/2012
Beigeloof
Er heilig van overtuigd dat niet alleen de kleur groen recht heeft op bomen struiken, planten en gras.
16/11/2011
Sleutel
De grootste zorg van de man wiens fiets even daarvoor was verdwenen, was het sleuteltje dat van het ene op het andere moment, door de diefstal, waardeloos was geworden. Weerloos hernam het glimmende niemendalletje zijn kracht in de hand van de bezorgde voorbijganger die er een stukje over zou schrijven.
31/10/2011
Le pendatif
À une cordelette,
un pendatif,
un petit coeur,
étincelant,
se reposait
dans le cou
de la femme.
Mais, hélas,
obliquement.
Je n’ai que pensé à rajuster le coeur de la serveuse.
Het hangertje
Aan een koordje,
rustte,
een hangertje,
een hartje,
schitterend,
in de hals
van de vrouw.
Maar, helaas,
scheef.
Ik heb slechts gedacht het hart van de serveerster recht te hangen.
21/10/2011
Torenspits (2)
Als ik mijn oren spits, dacht de torenspits, dan hoor ik verre klokken beieren, op het gevaar af dat wanhoop mij bevangt, onwetend waar hun klepel hangt.
24/09/2011
Vakantie West-Bohemen
Stukjes West-Bohemen
Advies
Het was nog geen acht uur ‘s morgens op station Utrecht toen ik vier NS-beambten samen zag klitten. Een jongmens zocht advies en sprak de heren aan. De man die hij uitkoos weerde de vraag meteen af en kaatste hem door naar de collega tegenover hem: hèm. Hem moet je hebben. ‘Spoor 15′ sprak de heer beslist. De NS-beambte aan zijn rechterzij was stomverbaasd: ‘spoor 11, bedoel je!’. Omdat de jongen met de antwoorden niet geholpen was, zelfs in de war was geraakt, schoot de overgebleven NS-er hem te hulp: ‘zaterdagochtend voor achten op Utrecht Centraal, wat zoek je? Ga toch terug naar huis!’ Dat deed het jongmens.
Boompjes
(een akelig verhaal, maar het weggedrag van de Tsjechen ervaren hebbende…)
Gisteravond, op weg naar Nepomuk, stonden er boompjes langs de weg. Dun, te dun om tegenaan te rijden.
Honden
Als alle Tsjechische honden lachen en blaffen als de hond van vanmorgen, dan doen ze dat wanhopig klagend, hoog en jankend.
Geduld
(Ik zit aan een tafeltje bij de receptie en schrijf, als er wordt gebeld)
Tsjechen hebben veel geduld. De telefoon gaat over. Het is de man van de overkant, maar opgenomen wordt de telefoon niet. Hij gaat over en over en over. Tot de man van de overkant de straat oversteekt om hem zelf te beantwoorden.
Poetsdoekje
Toen een zakdoekje richting een bril ging, riep ik ‘ho, geen papieren zakdoekje!’ (dat krast). Ik overhandigde mijn grote, blauwe poetsdoek. De drager van de bril snoot zijn neus.
Prooi
En jager had een voederplaats aangelegd. Even verderop zat een man met een jachtgeweer. ‘Wat schiet u?’ fluisterde ik. ‘Jagers’, antwoordde de man.
In stilte
In het gras zitten webben wit, wit van de dauw. ‘Voor de wandelaars’, legt een spin mij uit.
Wreed
We eten onderaan een muur met getraliede vensterramen. Ik denk ‘Julia’, die daar zal wonen, en ‘Romeo’, in diep verdriet.
Plas
De andere jongetjes zouden jaloers zijn geweest, de meisjes verliefd op mij, als ik mijn plas van zo-even toen in de strijd had gegooid. Héél ver zou ik geplat hebben, in een hoge boog. De schittering van de zon in mijn nat zou hun tot op de dag van vandaag op het netvlies staan.
Hert
Gisteren zag ik een vosje en een hertje en een haasje. Het hoofd van een man met een geweer steekt boven het groen uit. Het vosje was het haasje, het hertje het vosje en ik, ik het hertje. Zien jullie me vluchten, als de wind door het gras?
Gehavende voeten
Vandaag gaat mijn vriend in Plzen proberen zijn blaren kwijt te raken. Maar, weet u wat ik vrees? Ik vrees dat hij ze zelfs op zijn blote voeten aan de straatstenen nog niet zal slijten.
Bezoeking
Dat tellen in het Tsjechisch niet meevalt, doet zich met name voelen als je iets te drinken wilt bestellen : Voor een kopje thee tel je tot vijftien, voor een klein bier tot twintig en voor een groot tot dertig, zonder woordenboek. Openbare dronkenschap is in Bohemen een onbekend fenomeen.
(Honing
Net naar binnen gehapt, gekauwd en doorgeslikt, een boterham met hunnie. Ik verheug me op het kadetje met zunnie en het stokbroodje met wij en ons, lekker dik belegd. Moeder ziet niet meer toe)
Praten
Tegen planten moet je praten, zeggen sommigen. Ik heb ooit iets tegen een plant gezegd. Even later was hij dood.
Hardgekookt
Onze serveerster moet gevreesd, want zij kan heksen: binnen drie minuten na de bestelling presenteerde zij vier hardgekookte eieren.
Kasteelvijver (Google suggereert Kasteelvrouwe, Kasteelhoeve, Kasteelterrein, Kasteelwijn, maar hoewel wij de laatste niet hebben geproefd, toon ik mij onwrikbaar: Kasteelvijver)
Wie zich naar het kasteel begeeft, loopt langs de lommerrijke vijver. Aan de oever daarvan liggen bootjes te wachten op verliefde stelletjes. Voor 75 kronen kunnen ze de schuitjes voor een halve dag lang meenemen, met het advies van de verhuurder de waterleliën op te zoeken, de belofte dat hij niet zal kijken en om un liefde te beklinken.
Spoorwegovergang
Onze reisleider legt uit:: bij iedere onbewaakte spoorwegovergang claxonneert de trein. Ik schud mijn hoofd, want ik weet het beter: claxonneren doen slechts auto’s en dan alleen nog als ze stijl hebben. Anders toeteren ze, als een treinen, slechts als niet alleen de overgang, maar ook het moment onbewaakt is.
Rodin
Zo snel ze kunnen, verlaten twee dieven het kasteel, een liggend naakt onder hun arm, wit, in marmer, een kuis kleedje glijdt eraf. En ik, wat doe ik? In plaats van te roepen van ‘houd de dief’, beperk ik me tot een zacht gebed: ‘alstublieft, breek het niet’.
Bode
Aangezien ik ook Vlaamse Gaaien aan hun stem herken, wordt me gevraagd wat het is dat zich laat horen wanner wij blijk geven van ons ongerief. Als even later een frisse wind opsteekt, weet ik wat het was: de bode van de koning of de keizer, de graaf of de hertog, op pad naar de wieven die de wind voor ons weven.
Snoepje
Als men mij het blikje voorhoudt, neem ik een heerlijk snoepje. Als het echter na een half uur zuigen nog niet op is, overweeg ik het snoepje terug te geven aan de dame van het blikje.
4
Dronken van geluk vul ik in een weide vol klavertjes vier mijn zakken.
Kleine mensjes
Over de stoep, voor me uit, loopt een knulletje met een mutsje op zijn hoofd hand-in-hand met zijn moeder. Ik denk aan Milan Kundera, toen hij de leeftijd had van het jongetje voor me, en raak vertederd.
Iets verderop en met mij de hoek om, loopt een blond meisje met haar moeder, een dikke, zwarte vlecht, een smal ijzeren brilletje met ronde glaasjes op haar neus. Achter mijn rug hebben ze de grootste lol met elkaar. Het meiske komt schuin achter me lopen en loopt een eind met me op. Even later weet ik opeens wat de twee met elkaar bespraken: als jij achter die meneer gaat lopen, dan schrijft die meneer een stukje over ons, wedden? Een klein handje kletst in de hand van een moeder.
Rolgordijn
De kat hing in het rolgordijn, tot het oprolde: weg kat!
Solide
Ieder laat zich in zijn bewoordingen uit over de dikte van de tafels in Tsjechië. Alleen ik weet dat alleen de Tsjechen weten dat als de kat van huis is, niet alleen de muizen op tafel dansen.
Eendenstemmer
Honden blaffen, paarden fluisteren, leeuwen temmen, eenden, schor in West-Bohemen, roepen om hun stemmenstemmer.
Geruis
Als de wind ruist in de toppen van de bomen, kijken we om of er niet toevallig een auto aangereden komt. Bomen verlangen terug naar de tijd toen er nog geen auto’s waren. Een zonderling uit die tijd fantaseert auto’s.
Den
Toen de boom nog een kleine meid was, zei haar moeder tegen haar: jij wordt een lange, slanke den en heel majestueus. Dat was heel waar, maar ook de dennen om haar heen werden slank en erg majestueus, minstens zo slank en zeker zo majestueus. Dochter den verging in hun schaduwen.
Blatne
Blatna-Blatna was de wandeling van vandaag.. Ze las als een roman: blad na blad na blad na blad.
Zonne-energie
Zonne-energie houdt ergens op, sprak een wandelaarster wijs. Bij een stopcontact, dacht ik, in dit geval twee: één voor de wandelaar die in ons kielzog zijn baard had voelen groeien. En één voor zijn vrouw, die de kroketten vat in de friteuse gooide, omdat zij en haar man daar vooral op dagen als deze verzot op waren.
De Stappenteller
Achter de wandelaarster aan liep eenn Chinese ingenieur, een potlood in de ene, een schrijfblok in de andere hand. Op blote voeten, want zoals men weet: wie op blote voeten stappen telt, telt de stappen schoon en zuiver.
Schaamte/In Kent
In Kent, vertelt men mij, rijdt een stoomtreintje van, loc en wagons, drie turven hoog. Ik ken dat verhaal, maar weet nog meer, van ach en soms ook wee: dat treintje schaamt zich voor zichzelf.
Legitimiteit
‘Zeg kerel’, spreekt de gebakken forel op mijn bord me aan ‘voor je mij opeet. Kun jij je wel legitimeren?’ ‘Welzeker’, zei ik en at de vis op.
Whisky
(Na de mond van een vrouw geroken te hebben)
Tot lang na het vertrek van mijn buurvrouw hing er in de lucht na mij een whiskydampje, zelfs nog toen het licht om mij heen uit ging.
Gezoem
Als ik gezoem hoor, wordt ik wakker. Ik veer op en haal uit, maar het gezoem blijkt niet dat van een mug, maar van een vrachtwagen. Desalniettemin is hij morsdood en veeg ik hem van mijn hand.
Drie reeën
Vanuit de trein van Nepomuk naar Praag zij drie reeën te zien. Reeën, drie e’s, één voor elke ree, het trema vrijelijk aan de wandel.
Conducteur
Het publiek roert zich. De camera zoemt in. Ziehier de linksback van Nepomuk: lange, zwarte haren, krullen tot diep in de nek, een dikke snor, de mondhoeken neerwaarts gekruld, om de tegenstander te intimideren. In het dagelijks leven is hij conducteur bij de Spoorwegen. Hij lacht naar het vrouwelijk publiek, de mondhoeken omhoog gekruld.
Sint-Nicolaas
En Petr, wat heb jij van Sinterklaas gekregen? Station Plzen, meester, met echte treinen, 15 september 2011. Vijftien september 2011? Een groepje Hollandse passagiers, meester, wandelaars. Gisteravond heb ik hen drie keer op en neer doen gaan van Plzen naar Praag en weer terug. Toen moest ik naar bed.
Fototoestel
Toen één van onze dames een andere durfde te vragen haar t e kieken, toe schrok die daar zo van dat ze het apparaat doorgaf. Dame 3, wetende van foto’s hoed noch rand, gaf de camera door en door en door en door raakte het fototoestel uit ons bezit, verdwenen en weg. Een happy end: vlak voor ons vertrek, op het station, kreeg de eigenares haar toestel terug, vol met leuke plaatjes, de leukste van haarzelf in de Joodse wijk, op de Karelsbrug, in het regeringscentrum en voor de beeldjes van de kathedraal.
Rijdende Rechter/Chinese Muur
Uw Muur staat kadastraal inderdaad twee meter op de grond van uw buren. U zult hem moeten verplaatsen. Maar, Meester Visser, de verjaring dan? Kom, doe niet zo banaal, China, uw land, is immers tijdloos?
Werken
Zou je in München willen werken? Wonen wel, werken niet. Maar in Praag? denk ik door. In Praag wordt alleen maar geleefd, alleen maar gedroomd.
Schemering
Ras wordt het donkerder en donkerder. De trein mindert vaart. Hij zal bang zijn, net als ik.
Beminnen
Waarom scheiden als je dan de liefde voor het minnen moet verdelen?
Bierviltjes
Aan tafel, in het hotel, worden bierviltjes slechts uitgestald, niet gebruikt. Zou men in Tsjechië niet weten dat je ze daar verdriet mee doet?
Douchegordijn
Mijn douchegordijn is als een wulpse vrouw. Het klampt me aan.
De Rekenaar
Vanaf station Amberg zat een jongen bij ons in de trein. Hij rekende, een schrijfblok op zijn schoot, een rekenapparaat in zijn hand: vijf Hollanders maal tien vingers is vijftig vingers, vijf Hollanders maal twee ogen is tien ogen, vijf Hollanders maal één mond is vijf monden. Uitgerekend in Nürnberg, waar wij er ook uit moesten, verliet het joch de trein.
Khadafi
Over Khadafi ging het het. Ik vroeg mij af hoe schaduwen in zijn werk gaat als de zon recht boven je staat.
Frankfurt Flughafen
- Twee Turkse meisjes met hun vader. Zal moeder soms verkocht zijn?
- Als moeder toch ten tonele verschijnt, komt ze naar me toe: ik moet niet zo naar haar kijken. Ze frommelt me een briefje in mijn hand: Duisburg Hauptbahnhof, bij de boekhandel, 18 uur 12.
(Van de laatste wandeldag)
Kil
Aan het begin van onze wandeling is het kil, in de zon net uit te houden, als je tenminste stilstaat. De zon maakt door de bomen heen warme plekjes op de weg, te klein voor mensen. Een slijmspoor glimt. Een slak, op de vlucht voor de zon op het asfalt.
Eerbetoon
Als ik in het hoge, groene gras sta te plassen, gedenk ik mij kamergenoot, die ziek is achtergebleven in het hotel. Ik doe wat ik doe te zijner ere.
De Vos
Reinaerdt houdt mij staande. Ik ben, zoals mijn naam reeds zegt, rein van aard, maar vuil van bek, soms ook van poten. Reinaerdt, val ik de oude in de rede, het is literatuur wat u daar spreekt! Mag ik dat opschrijven? Wees gerust, jongmens, wees gerust.
Speer
De Activa routebeschrijving spreekt van een paar honderd meter, maar te voet is het een krap half uur.
De speerwerpster neemt een aanloop, zet zich schrap en lanceert haar wapen. Steil omhoog, tot in de wolken. Het publiek telt de tellen tot de stok terug is en daalt, daalt en daalt om tenslotte in te slaan. Tussen het werpen en de landing is een halve minuut verstreken.
De Activameter meet met grote stappen, net geen tien meter: 9 meter 97.
02/09/2011
Kersenboezem
(Vrij naar ‘Kersenbloesem’)
Een vrouw met een kersenboezem heeft kleine, donkerrode borstjes, die aan groene steeltjes om haar nek hangen. Zachtjes strelen, kersenvocht geeft vlekken. Een toefje slagroom.